Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 2.1

Tankschepen met gevaarlijke stoffen in de haven

Onderdeel van Havenreglement Papendrecht 2011

Het is verboden om zich met een tankschip te bevinden op een ligplaats in de haven indien zich een gevaarlijke stof als lading of ladingresidu aan boord bevindt, tenzij: het een binnentankschip betreft: dat beladen is of was met een brandbare vloeistof met een vlampunt van 55 graden Celsius of hoger, kaliumhydroxide, natriumhydroxide of fosforzuur, of; waarvan de schipper heeft zeker gesteld dat alle (overige) ruimten binnen de ladingzone inclusief de sloptanks, leeg zijn van brandbare vloeistoffen met een vlampunt lager dan 55 graden Celsius en de atmosfeer in deze tank(s) ten hoogste 8% zuurstof- of maximaal 20% van de laagste explosiegrens brandbare gassen bevat en waarvan de tanks gesloten zijn; het een zeetankschip betreft dat beladen is of was met: een brandbare vloeistof met een vlampunt van 55 graden Celsius of hoger, kaliumhydroxide, natriumhydroxide of fosforzuur, of; een brandbare vloeistof met een vlampunt lager dan 55 graden Celsius die zich niet bevindt in een direct aan de scheepshuid grenzende tank en de atmosfeer in deze tank ten hoogste 8% zuurstof- of maximaal 20% van de laagste explosiegrens brandbare gassen bevat, en; door een erkend gasdeskundige als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenregeling een verklaring is afgegeven waaruit blijkt dat de ladingsituatie van het zeetankschip in overeenstemming is met de in dit onderdeel gestelde voorschriften; er uitsluitend overslag plaats vindt van de onder 1° genoemde stoffen; tanks met gevaarlijke stoffen gesloten blijven; er geen schoonmaakhandelingen van ruimten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, en; er maximaal 1 schip langszij ligt; het een combinatietankschip betreft dat geladen is of wordt met losgestorte bulklading in vaste vorm, waarvan: sloptanks brandbare ladingresiduen bevatten waarvan de atmosfeer ten hoogste 8% zuurstof- of maximaal 20% van de laagste explosiegrens brandbare gassen bevat en die niet direct aan ladingruimten grenzen; alle overige ruimten in de ladingzone vrij zijn van brandbare vloeistoffen of gassen; door een erkend gasdeskundige als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenregeling een verklaring is afgegeven waaruit blijkt dat de tanks of ruimten van het combinatietankschip in overeenstemming zijn met de in dit onderdeel gestelde voorschriften; de zich aan boord bevindende brandbare ladingresiduen niet worden overgeslagen, en; ruimten leeg van brandbare ladingresiduen niet worden schoongemaakt; voor het tankschip een schoonmaakcertificaat is afgegeven door een erkend gasdeskundige als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenregeling; kortstondig ligplaats wordt genomen op een aangewezen autoafzetplaats om een auto onmiddellijk af te zetten of aan boord te nemen of bij een bunkerstation om onmiddellijk te bunkeren, of; het een ligplaats betreft die is aangeduid met een verkeersteken als ligplaats voor schepen met gevaarlijke stoffen. Direct nadat een combinatietankschip als bedoeld in het eerste lid, onder c, ligplaats neemt, begint de erkend gasdeskundige zijn onderzoek en worden ten spoedigste de gegevens van de afgegeven verklaring mondeling gemeld en gelijkdaaropvolgend schriftelijk bevestigd, aan de havenmeester. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Rechtspraak bij dit artikel