1.. Aan de havenmeester en bij diens afwezigheid aan zijn plaatsvervanger wordt door het college mandaat verleend tot:

  • - gereserveerd;
  • - artikelen 4.5 en 8.9 worden toegevoegd, hierdoor komt het artikel als volgt te luiden: het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1.4, 1.5, 1.6, 1.7, 1.9, 3.1, 3.2, 3.3, 3.5, 3.7, 3.10, 3.11, 3.12, 4.2, 4.3, 4.5, 4.6, 4.7, 4.8, 4.9, 4.10, 4.11, 4.13, 5.1, 5.5, 8.1, 8.2, 8.3, 8.4, 8.5, 8.6, 8.7, 8.8 en 8.9 van Havenverordening Papendrecht 2020;
  • - het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8, van de Scheepvaartverkeerswet;
  • - het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de Wrakkenwet;
  • - het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in de Waterstaatswet 1900;
  • - het aanwijzen van een voldoende betrouwbare en vertrouwelijke wijze van verzending, bedoeld in artikel 2:13, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van de aan de Havenmeester gemandateerde bevoegdheden.

2.. Aan de havenmeester in zijn hoedanigheid als Havenveiligheidsfunctionaris (Port Security Officer), en bij diens afwezigheid aan zijn plaatsvervanger, wordt door de burgemeester mandaat verleend tot:

3.. Bij de besluitvorming op grond van het tweede lid, onderdelen a tot en met k, worden de algemene en bijzondere aanwijzingen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Havenbeveiligingswet, in acht genomen.