Ten aanzien van ambtenaren, op wie de bepalingen der Ongevallenwet 1901 van toepassing zijn, wordt het geval, bedoeld in art. 6 sub d, geacht aanwezig te zijn, alleen:
ingeval aan den getroffene eene rente is toegekend als bedoeld in art. 21 sub a der Ongevallenwet 1901;
ingeval aan den getroffene eene rente is toegekend als bedoeld in art. 21 sub b der Ongevallenwet 1901, indien hij op grond van art. 6 sub d dezer verordening een aanvraag om pensioen heeft ingediend en uit een onderzoek, in te stellen volgens de bepalingen van art. 11, gebleken is, dat hij ongeschikt is zijne betrekking bij voortduring waar te nemen tengevolge van het ongeval, waarvoor hem de rente is toegekend.