Het pensioen wordt verleend en het bedrag daarvan wordt vastgesteld bij besluit van Burgemeester en Wethouders.
Het bedrag wordt in guldens naar boven afgerend.
Wanneer na de toekenning van een pensioen, als bedoeld in art. 6c en 6d, feiten of omstandigheden bekend worden, welke, indien zij daarvóór waren bekend geweest, van invloed zouden zijn geweest bij de toekenning van pensioen, kan door Burgemeester en Wethouders herziening plaats hebben.5.Het derde lid is toegevoegd bij Raadsbesluit van 9 Maart 1911, opgenomen in Gemeenteblad n°. 9 van 1911.