Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 16

Artikel 16

Onderdeel van Verordening op de pensioenen en wachtgelden

Het pensioen bedraagt: voor gemeenteambtenaren, vallende in de termen van art. 6 sub a, b en e, voor ieder jaar dienst één zestigste van den pensioengrondslag; voor gemeenteambtenaren, vallende in de termen van art. 6 sub d, twee derden van den pensioengrondslag; in het geval van art. 8, tweede lid, evenveel als de daar bedoelde rente.4.De bepaling sub 3° is toegevoegd bij Raadsbesluit van 9 Maart 1911, opgenomen in Gemeenteblad n°. 9 van 1911.In geen geval kan het pensioen het twee derde gedeelte van den pensioengrondslag overschrijden. Het pensioen van den ambtenaar, die krachtens de Ongevallenwet 1901 een rente geniet, wordt met het bedrag dier rente verminderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel