Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 287.Dit artikel is aldus gewijzigd bij Raadsbesluit van 18 Juli 1907, opgenomen in Gemeenteblad no. 37 van 1907 en in werking getreden den 1en Januari 1906.

Artikel 287.Dit artikel is aldus gewijzigd bij Raadsbesluit van 18 Juli 1907, opgenomen in Gemeenteblad no. 37 van 1907 en in werking getreden den 1en Januari 1906.

Onderdeel van Verordening op de pensioenen en wachtgelden

Leden van Fonds A zijn alle gemeenteambtenaren met uitzondering van: hen, die de betrekkingen bekleeden, bedoeld in art. 27 sub b-e, – zulks behalve die op 1 Januari 1906 in dienst zijnde tijdelijke leeraren en leeraressen aan de hoogere burgerscholen, welke vóór 1 Januari 1908 bet aandeel in het batig saldo van Fonds O3, dat zij bij de liquidatie van dat Fonds hebben ontvangen, hebben gestort in Fonds A, zoolang zij geen burgerlijk ambtenaar zijn in den zin der wet tot regeling van de pensioenen der burgerlijke ambtenaren – in die betrekkingen; hen, aan wie bij hun aanstelling door Burgemeester en Wethouders vrijstelling is verleend van de deelneming in het fonds op grond, dat hun betrekking geheel van tijdelijken aard zou zijn; hen, voor wier betrekking bij de wet een regeling van het weduwen- en weezenpensioen is gemaakt, behoudens hun aanspraak voor het dienstvak waarop die regeling niet van toepassing is, – zulks met uitzondering van de op 1 Januari 1906 in dienst zijnde tijdelijke leeraren aan de burgeravondschool in voormalig Kralingen, zoolang zij geen burgerlijk ambtenaar zijn in den zin der wet tot regeling van de pensioenen der burgerlijke ambtenaren, en voorts behoudens het boven sub 1° bepaalde; hen, die betrekkingen bekleeden, welke niet dan door ongehuwden mogen worden waargenomen; hen, die, den 29 October 1900 gemeenteambtenaren zijnde, de bij art. 29 der verordening van dien dag (Gemeenteblad n°. 38) bedoelde verklaring niet binnen den daarbij bepaalden termijn hebben ingezonden; de door het derde lid van art. 38 uitgesloten personen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel