Aan die leden der fondsen, welke hetzij ontslag uit den dienst hebben verkregen zonder aanspraak op wachtgeld of eigen pensioen, of wier wachtgeld ophoudt zonder herplaatsing in den dienst, wordt op hun aanvrage het bedrag der gedurende hun diensttijd ingehouden kortingen teruggegeven, tenzij zij uit den dienst treden ter aanvaarding eener betrekking, waarbij de pensioenen van weduwen en weezen van overheidswege zijn geregeld.
Het vorige lid is niet van toepassing op hen, die na het in werking treden dezer verordening lid van een der fondsen worden, onverschillig of ze tevoren lid waren geweest of niet.
Gewezen gemeenteambtenaren, die gebruik hebben gemaakt van de in het eerste lid verleende bevoegdheid of van de overeenkomstige bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid van art. 20 en in art. 24 der verordening van 29 October 1900 (Gemeenteblad no. 38) juncto art. 3 der verordening van 23 Mei 1901 (Gemeenteblad n°. 15), zijn bij herplaatsing in den dienst uitgesloten van deelneming in de fondsen, indien niet het bedrag van al de vroeger teruggegeven kortingen bij de herplaatsing wordt voldaan.