Leden der Fondsen O1-4 zijn, respectief in de betrekkingen, bedoeld in art. 27 sub b-e, de gemeenteambtenaren, welke die betrekkingen bekleeden, met uitzondering van hen, die, den 23 Mei 1901 een dier betrekkingen bekleedende, zich niet tevoren bereid verklaard hadden toe te treden tot de pensioenregeling, vervat in de verordening van dien dag (Gemeenteblad n°. 15), en van de door het derde lid van art. 38 uitgesloten personen.