Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 37

Artikel 37

Onderdeel van Verordening op de pensioenen en wachtgelden

De kortingen worden bij de betaling van de bezoldiging, het wachtgeld of het pensioen telkens voor een evenredig deel ingehouden. Indien het wachtgeld of pensioen niet uit de inkomsten der Gemeente wordt gekweten, en indien het pensioen of de bezoldiging niet met het bedrag der verschuldigde korting een krachtens de Ongevallenwet 1901 toegekende rente of tijdelijke uitkeering overschrijdt, moet de korting vóór of op den 15den der eerste maand van elk kwartaal worden voldaan.

Rechtspraak bij dit artikel