Het bedrag van het pensioen der weduwe en het bedrag van dat der weezen – het laatste, indien de weezen uit verschillende huwelijken zijn gesproten, voor de kinderen uit elk der huwelijken afzonderlijk – worden bij besluit van Burgemeester en Wethouders vastgesteld.
Zoo noodig worden zij gezamenlijk pondspondsgewijze verminderd tot het in art. 41 bepaalde maximum.
Zij worden in guldens naar boven afgerond.