De pensioenen gaan in op den dag na het ophouden van die bezoldiging, het wachtgeld of het eigen pensioen; zij worden bij vooruitbetaling voldaan in termijnen, vervallende 1 Januari, 1 April, 1 Juli en 1 October.
De eerste betaling geschiedt over het tijdvak van den dag na het ophouden van de bezoldiging, het wachtgeld of het eigen pensioen tot den eerstvolgenden in de vorige zinsnede genoemden datum.
Zij worden over het kwartaal, waarin de aanspraak daarop vervalt, ten volle uitgekeerd.
Bij overlijden dier weduwe, of indien uit anderen hoofde het weezenpensioen moet worden herzien, wordt de gewijzigde berekening eerst na afloop van het kwartaal toegepast.