Ten bate van elk der fondsen komen:
de in artt. 33-36 en in het derde lid van art. 38 bedoelde kortingen;
de rente der belegde gelden; en ten bate van Fonds A daarenboven:
een bijdrage uit de Gemeentekas, daartoe jaarlijks op de begrooting uit te trekken.Ten laste van elk der fondsen komen:
de uitkeeringen van pensioenen aan weduwen en weezen van leden van het fonds;
de uitkeeringen van pensioenen, op grond van art. 51 verleend aan weduwen en weezen van gemeenteambtenaren, die een der betrekkingen bekleedden, bedoeld in de omschrijving van het fonds in art. 27;
de in art. 23 der Ongevallenwet 1901 bedoelde uitkeeringen ;
de in het eerste lid van art. 38 bedoelde restituties van kortingen;
en door Burgemeester en Wethouders telken jare te bepalen deel der gezamenlijke kosten van het beheer der fondsen.