**1..** De Gemeente is bevoegd, voor eigen rekening, over, onder, in en boven de sporen, de door haar nodig geoordeelde overwegen, bestratingen of andere verhardingen, geleidingen, duikers, onderdoorgangen, vaste en beweegbare bruggen en dergelijke werken te maken, mits door de aanleg, de aanwezigheid of het gebruik van die werken de exploitatie van de sporen niet wordt belemmerd of gehinderd.
**2..** De plannen worden in overleg met N.S. opgemaakt en uitgevoerd.
**3..** Indien naar het oordeel van N.S. bewaking in het belang van de veiligheid van het spoorwegverkeer tijdens de uitvoering van enig werk, als in het eerste lid bedoeld, nodig is, zal N.S. voor die bewaking zorgen. De daaruit voor N.S. voortvloeiende kosten, verhoogd met tien procent (10 %) voor directie en toezicht en van eventueel op het uitvoeren van de bewaking drukkende belastingen, zullen door de Gemeente aan N.S. worden vergoed.
**4..** Maakt de uitvoering van een werk, als in het eerste lid bedoeld, wijziging in de ligging of de inrichting van een spoor of spoorwegwerk nodig, dan zal N.S. voor wijziging zorg dragen.
**5..** Behoudens het bepaalde in het volgende lid, zullen de kosten van de wijziging, verhoogd met tien procent (10 %) voor directie en toezicht en met eventueel op de uitvoering drukkende belastingen, door de Gemeente aan N.S. worden vergoed evenals de eventueel uit de wijziging voortvloeiende meerdere kosten van onderhoud en vernieuwing van het spoor of spoorwegwerk, welke meerdere kosten dus niet in aanmerking kunnen komen voor boeking ten laste van de in artikel 21 bedoelde afschrijvingsrekening.
**6..** Wordt door de Gemeente over een spoor dat, hetzij op 41 reeds aanwezig was, hetzij daarna op grond van het eerste of het derde lid van artikel 8 is aangelegd, hetzij op grond van het acht en twintigste lid van artikel 8 alsnog geacht wordt aanstonds op de voet van het eerste lid van artikel 8 te zijn aangelegd, een overweg gemaakt of wel bestrating of een andere verharding aangelegd op terrein, dat op 41, onderscheidenlijk ten tijde van de aanleg van het spoor, de bestemming van openbaar terrein had, dan komen de kosten van wijziging in de ligging of de inrichting van het spoor, verhoogd met tien procent (10 %) voor directie en toezicht en met eventueel op de uitvoering drukkende belastingen, ten laste van beide partijen ieder voor de helft. De eventueel uit de wijziging voortvloeiende meerdere kosten van onderhoud en vernieuwing van het spoor komen in dat geval wel in aanmerking voor boeking ten laste van de in artikel 21 bedoelde afschrijvingsrekening.
**7..** Op wijzigingen, als bedoeld in het vierde lid, is het bepaalde in het tiende tot en met het veertiende lid van artikel 8 van toepassing, zulks met dien verstande, dat, wanneer de wijziging betrekking heeft op een spoor, dat op grond van het negentiende lid van artikel 8 is aangelegd en dat niet op grond van het acht en twintigste lid van artikel 8 wordt geacht aanstonds op de voet van het eerste lid van artikel 8 te zijn aangelegd, de in het twaalfde lid van artikel 8 bedoelde waarde van vrijkomende materialen geheel ten bate komt van de partij, die het spoor deed aanleggen.
Artikel 15.