**1..** Wanneer de Gemeente voor de uitvoering van enig werk nodig acht sporen tijdelijk te doen verleggen of de uitvoering van de dienst geheel of ten dele tijdelijk te doen staken, zal N.S. daartoe moeten overgaan.
**2..** De kosten van uitvoering van de tijdelijke verlegging, verhoogd met tien procent (10 %) voor directie en toezicht en met eventueel op de uitvoering drukkende belastingen, komen ten laste van de Gemeente. Het bepaalde in het tiende tot en met het veertiende lid van artikel 8 is op de tijdelijke verlegging van toepassing, zulks met dien verstande, dat, wanneer de tijdelijke verlegging betrekking heeft op een spoor, dat op grond van het negentiende lid van artikel 8 is aangelegd en dat niet op grond van het acht en twintigste lid van artikel 8 alsnog wordt geacht aanstonds op de voet van het eerste lid van artikel, 8 te zijn aangelegd, de in het twaalfde lid van artikel 8 bedoelde waarde van vrijkomende materialen geheel ten bate komt van de partij, die het spoor deed aanleggen.
**3..** De kosten van verkrijging van de voor de tijdelijke verlegging van sporen door de Gemeente ter beschikking te stellen gronden komen ten laste van de Gemeente.
**4..** Of, en zo ja, welke vergoeding de Gemeente aan N.S. billijkheidshalve zal hebben te betalen wegens bemoeilijking of verhindering van de uitoefening van de dienst, zal telkenmale in onderling overleg worden vastgesteld. Voor het geval partijen ten aanzien van de vergoeding niet tot overeenstemming mochten kunnen geraken, geschiedt de vaststelling door drie niet tot de ambtenaren van partijen behorende deskundigen, te benoemen op de wijze als in artikel 27 voor scheidslieden is bepaald. De deskundigen beslissen in hoogste ressort. De daaraan verbonden kosten komen ten laste van beide partijen, ieder voor de helft.
Artikel 16.