**1..** De uitkering bedraagt gedurende 60 maanden aansluitend op het ontslag 80% van de laatstelijk voor het ontslag van de ambtenaar aan diens betrekking verbonden bezoldiging vermeerderd met zoveel - doch ten hoogste 10 - malen 1/2 % van die bezoldiging als het totaal aantal volle dienstjaren geldig voor pensioen krachtens het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP op de dag van het ontslag meer dan 30 bedraagt.
Vervolgens bedraagt de uitkering 70% van bedoelde bezoldiging, met dien verstande dat het bedrag van de uitkering niet lager is dan het bedrag van het pensioen, waarop de gewezen ambtenaar recht zou hebben, indien hij zou zijn gepensioneerd met ingang van de datum van zijn ontslag en in aanmerking zou zijn genomen de diensttijd bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement, welke hij bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar zal kunnen aanwijzen.
**2..** Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder bezoldiging: de bezoldiging in de zin van artikel 1 van het Ambtenarenreglement welke laatstelijk voor het ontslag van de ambtenaar was verbonden aan de door hem vervulde betrekking. Indien de bezoldiging geheel of ten dele bestaat uit wisselende inkomsten, geldt het gemiddelde bedrag van deze inkomsten, berekend over de laatste twaalf volle kalendermaanden voorafgaand aan de datum van het ontslag.
**3..** Indien bij handhaving van het dienstverband in de bezoldiging, als bedoeld in het tweede lid, anders dan uit hoofde van periodieke verhogingen dan wel wegens vermeerdering of vermindering van het aantal of de hoogte der toelagen wijziging zou zijn gekomen, geldt als zodanig van de dag van inwerkingtreding dier wijziging af het gewijzigde bedrag.
**4..** Wanneer aan de gewezen ambtenaar na de dag van ingang van het ontslag terzake waarvan de uitkering is toegekend, een overheidspensioen, anders dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP, wordt toegekend, vindt zo nodig herberekening plaats zowel van het bedrag der uitkering als van het bedrag van het pensioen, bedoeld in lid 1 en artikel 5, lid 1 onder c, met ingang van de dag waarop eerstbedoeld pensioen is ingegaan.