Naar hoofdinhoud
1.. Wanneer een gewezen ambtenaar, die aan deze regeling recht op uitkering kan ontlenen, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid, waaronder mede wordt verstaan een uitkering krachtens de WAJONG of de WAZ, of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop zijn ontslag is ingegaan, wordt op de uitkering een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de onverminderde uitkering krachtens artikel 3 samen de laatst genoten bezoldiging te boven gaan. 2.. Het in het eerste lid bepaalde vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag terzake waarvan hem de uitkering krachtens deze verordening is toegekend. 3.. Wanneer de gewezen ambtenaar uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen voor de datum waarop het ontslag, terzake waarvan hem de uitkering krachtens deze verordening is toegekend, is ingegaan, op of na die datum inkomsten of hogere inkomsten gaat genieten, anders dan tengevolge van algemene loonsverhogingen, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 4.. Ingeval inkomsten zijn genoten uit overwerk of bij wijze van gratificatie, blijft de in dit artikel geregelde vermindering achterwege.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel