Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Procedure van melding of aanvraag

Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Goirle 2012

In geval van voorgenomen werkzaamheden moet de melding of aanvraag bij de gemeente plaatsvinden. Dat kan formeel bij het college van burgemeester en wethouders, maar in de praktijk bij de gemachtigde ambtenaar. De vereiste voorafgaande instemming heeft betrekking op het tijdstip, de plaats en de wijze waarop de werkzaamheden plaatsvinden. Op het verlenen van dit besluit zijn de algemene beginselen van behoorlijk bestuur van toepassing zoals het gelijkheidsbeginsel. Een aanvrager kan vooroverleg voeren met het college om de melding of aanvraag, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, voor te bereiden. De maximale termijn van 8 weken is conform het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor niet ingrijpende werkzaamheden is korter. Voorts wordt een uitzondering gemaakt voor spoedeisende werkzaamheden. In dit geval kan worden volstaan met een kennisgeving, die (conform de wettelijke vereisten) tevoren dient te worden gedaan. De gemeente dient vooraf akkoord te zijn voordat gestart kan worden met de werkzaamheden. Deze verstoringen zijn niet specifiek omschreven, anders dan dat het veelal spoedeisende reparatie of onderhoud betreft zoals bij een kabelbreuk. De gemeente beoordeelt of een ernstige belemmering of storing in de communicatie voor een zeer beperkt aantal aansluitingen voldoende reden is om als spoedeisend te worden aangemerkt. Werkzaamheden kunnen betrekking hebben op gronden van andere gedoogplichtigen, binnen dezelfde gemeente of van een andere gemeente. Ook kunnen op grond van een andere wet andere vergunningen noodzakelijk zijn. Deze samenhang kan in de praktijk tot lange doorlooptijden leiden. De wetgever heeft toegestaan dat de gemeente een deelinstemmingsbesluit verleent (voor een deeltraject) zodat de aanvragende partij alvast op de hoogte is van deze instemming en de daaraan te stellen voorwaarden, en bij de verdere tracékeuze en andere aanvragen hiermee rekening gehouden kan worden. Ook kan in principe zelfs begonnen kan worden met de werkzaamheden in dat deel van het gebied. De risico’s van deze aanpak (dat door latere vergunningverlening door een ander orgaan de aanvankelijke gemeentelijke aanvraag of het tracéaangepast moet worden, en dus wellicht opnieuw moet worden gedaan) zullen projectmatig afgestemd worden daar het veelal om grootschaliger aanleg zal gaan. In eerste instantie is de aanvrager zelf verplicht met alle betrokken instanties of (rechts)personen naar overeenstemming te streven. Als de grondroerder dat verzoekt, zal de gemeente inhoudelijke afstemming van de beoordeling van de ingediende aanvragen bij andere bestuursorganen (bijvoorbeeld een waterschap) nastreven (= bemiddeling). Daartoe dient de grondroerder op het melding/aanvraagformulier enkele (contact)gegevens over deze andere aanvragen te vermelden. Voor private partijen blijft de grondroerder zelf verantwoordelijk. Naast de aanvraag van de vergunning of instemmingsbesluit is het voor een goede regievoering door de gemeente van belang dat de partijen kort voor daadwerkelijke aanvang van de werkzaamheden dit melden aan de gemeente, zodat daar kort voor uitvoering steeds overzicht bestaat wie en waar graafwerkzaamheden verricht. Als werkzaamheden worden verricht in nader aan te wijzen gebieden is de uitzondering voor niet ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden niet van toepassing. Voorbeelden zijn risicogebieden als industriegebieden met buisleidingen voor transport van gevaarlijke stoffen, historische stadskernen of straten of natuurgebieden. Dan is het niet aanvaardbaar dat zonder specifiek toezicht wordt gegraven. Bij de vaststelling van de AVOI kan aanwijzing van gebieden plaatsvinden; dit kan ook naderhand.

Rechtspraak bij dit artikel