Als diensttijd wordt niet aangemerkt:
de tijd welke niet in actieve dienst is doorgebracht wegens het bekleden van een politiek ambt;
de tijd welke is doorgebracht buiten het genot van inkomsten uit de dienstbetrekking, mits deze tijd langer dan tien achtereenvolgende dienstdagen duurt en uitgezonderd extra-verlof op grond van artikel 6 sub 3 van de Vakantie- en Verlofregeling 1971;
fictieve diensttijd, onverminderd het in artikel 3, onder b, en het in artikel 4, lid 1 onder b, bepaalde.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Regeling voor het toekennen van een gratificatie bij ambtsjubilea aan het personeel in dienst van de gemeente