Waneer de ambtenaar door onvoorziene omstandigheden genoodzaakt is af te wijken van de hem gegeven bevelen, is hij verplicht van deze afwijking zo spoedig als de goede gang der werkzaamheden en de veiligheid gedogen, doch in elk geval onmiddellijk na afloop van de werkzaamheden of van de arbeidstijd, mededeling te doen aan degene, die het bevel gaf, of, zo deze niet bereikbaar mocht zijn, aan enige andere superieur, in spoedeisende gevallen per telefoon aan het bureau van de dienst of het bedrijf.