Naar hoofdinhoud

Artikel 16.

Plotseling opgekomen redenen voor verzuim, anders dan wegens ziekte of ongeval

Onderdeel van Bijzondere dienstvoorschriften

1.. De ambtenaar, die wegens plotseling opgekomen redenen, anders dan ziekte of ongeval, genoodzaakt is zijn arbeid te staken, vraagt hiertoe verlof aan zijn onmiddellijke chef of diens plaatsvervanger, die hem het verlof kan verlenen. 2.. Is die reden, waarom de ambtenaar genoodzaakt is, zijn arbeid te staken en te vertrekken, zo plotseling opgekomen en zo dringend, dat hij het verkrijgen van verlof daartoe niet kan afwachten, dan kan hij volstaan met een mededeling van zijn vertrek en van de redenen,die er toe hebben geleid, aan een zijner mede-ambtenaren; deze is in dat geval verplicht, de mededeling zo spoedig mogelijk over te brengen aan de chef of diens plaatsvervanger, in het eerste lid bedoeld. 3.. Arbeidt de ambtenaar alleen, dan is hij in het geval, in het tweede lid bedoeld, verplicht de daar bedoelde mededeling telefonisch te doen aan zijn onmiddellijke chef of aan de administratie van de dienst, waarbij hij werkzaam is. 4.. De ambtenaar, die wegens onvoorziene omstandigheden anders dan ziekte of ongeval, verhinderd is zijn werkzaamheden te beginnen, is verplicht hiervan, met opgaaf der redenen, kennis te geven of door een ander te doen geven aan zijn onmiddellijke chef of aan een andere boven hem geplaatste ambtenaar dan wel op een andere, door de concerndirecteur te bepalen wijze hiervan mededeling te doen. 5.. De kennisgeving, in het vorige lid bedoeld, moet worden gedaan vóór of zo spoedig mogelijk na het tijdstip, waarop de ambtenaar zijn werkzaamheden had behoren te beginnen.

Rechtspraak bij dit artikel