1. Het college benoemt, op voordracht van de directie, één of meer personen als interne vertrouwenspersoon voor meldingen inzake ongewenste omgangsvormen.
2. Interne vertrouwenspersonen worden in beginsel voor onbepaalde tijd benoemd, doch ten hoogste voor de duur van het dienstverband.
3. De interne vertrouwenspersoon dient te voldoen aan nader door het college te stellen functie-eisen.
4. Bij ontbreken van interne vertrouwenspersonen zullen externe vertrouwenspersonen worden benoemd. De duur van de benoeming wordt overeengekomen tussen de inlenende gemeente en de organisatie waarvan de vertrouwenspersoon wordt betrokken.
5. Het college kan een vertrouwenspersoon, al dan niet op zijn verzoek, ontheffen uit de functie van vertrouwenspersoon.
6. De vertrouwenspersoon mag niet direct betrokken zijn of zijn geweest bij de ongewenste omgangsvormen waarover de klacht is ingediend. In dat geval vindt zo nodig tijdelijke ontheffing uit de functie van vertrouwenspersoon plaats.
7. Als gevolg van het uitoefenen van de taak vertrouwenspersoon kan een vertrouwenspersoon in de reguliere werkzaamheden niet worden benadeeld.
Artikel 6
Aanwijzing vertrouwenspersonen
Onderdeel van Regeling klachten ongewenst gedrag gemeente Vlaardingen 2011