Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
1. Medewerker
De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, eerste lid, onder a van de CAR.
2. Beoordelen
Het oordelen.
3. Beoordeling
het oordeel van de direct leidinggevende over het functioneren van de medewerker tegen de achtergrond van de geformuleerde resultaatafspraken en competentieontwikkeling in de cyclusperiode, vastgelegd in het vastgestelde format.
4. College
Het college van burgemeester en wethouders.
5. Competentie
Een voor de uitoefening van een rol of functie essentiële combinatie van kennis, vaardigheden en gedrag.
6. Coördinator De medewerker met als Oplegprofiel Coördineren.
7. Direct leidinggevende
De functionaris die leiding geeft aan een organisatieonderdeel zoals benoemd in het organisatiebesluit en aan wie de medewerker voor zijn werkzaamheden in hiërarchische zin verantwoording verschuldigd is. Dit kan zijn een sectiehoofd, een afdelingshoofd, een gebiedsmanager, een directeur,de gemeentesecretaris of de burgemeester. Voor wat betreft de start- en functioneringsgesprekken zoals bedoeld in deze regeling kan dit ook een medewerker zijn die coördinator is en door direct leidinggevende als bekwaam en bevoegd is aangemerkt tot het houden van startgesprekken en functioneringsgesprekken.
8. Functie
Het geheel van werkzaamheden dat aan de medewerker is opgedragen te verrichten.
9. Functiebeschrijving
De functiebeschrijving als bedoeld in artikel 1 van de regeling functiebeschrijven, functiewaarderen en inpassing gemeente Vlaardingen 2011.
10. Functie-uitoefening
Het totaal van prestaties en gedragingen van de ambtenaar tijdens de uitoefening van zijn functie.
11. Functioneringsgesprek
Een jaarlijks terugkerend gesprek tussen de medewerker en direct leidinggevende over het functioneren en de ontwikkeling van de medewerker.
12. Gesprekscyclus
Een cyclisch proces van doelen stellen, (resultaatafspraken) plannen, begeleiden en ondersteunen, bijstellen en beoordelen, gedurende een bepaald tijdvak tijdens enkele gesprekken tussen de medewerker en de direct leidinggevende, met een doorlooptermijn van in principe een kalenderjaar. Dit leidt tot een jaarlijkse beoordeling.
13. Informant
Degene die door de direct leidinggevende uitgenodigd wordt informatie, gebaseerd op kennis en/of ervaring verkregen uit hoofde van diens functie of anderszins, te geven in verband met het functioneren van de medewerker.
14. Naast-hogere leidinggevende
De functionaris aan wie de direct leidinggevende van de medewerker voor zijn werkzaamheden in hiërarchische zin verantwoording verschuldigd is.
15. POP
Het Persoonlijke OntwikkelingPlan (POP).
16. P&O-adviseur
De P&O-adviseur van het betreffende organisatieonderdeel.
17. Startgesprek
Een jaarlijks terugkerend gesprek tussen de medewerker en direct leidinggevende over de werk- en resultaatafspraken en de benodigde ondersteuning van de organisatie en de direct leidinggevende.