Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Artikel 12

Onderdeel van Verordening minimabeleid Wet Werk en Bijstand

1. Een aanvrager van 18, 19 of 20 jaar kan slechts aanspraak maken op bijzondere bijstand, voor zover zijn noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de toepasselijke uitkeringsnorm, en aanvrager voor deze kosten geen beroep kan doen op zijn ouders, omdat: a. de middelen van de ouders hiervoor niet toereikend zijn; of b. de aanvrager redelijkerwijs zijn onderhoudsrecht jegens zijn ouders niet ten gelde kan maken. 2. De periodieke bijzondere bijstand bedraagt per maand ten hoogste het verschil tussen de op grond van artikel 20 van de wet toegekende uitkeringsnorm, en de uitkeringsnorm welke op grond van artikel 21 van de wet toegekend zou zijn wanneer de aanvrager 21 jaar of ouder zou zijn geweest.

Rechtspraak bij dit artikel