**1.** Indien een huurwoning wordt bewoond, waarvan de huur niet hoger is dan de maximaal subsidiabele huur ingevolge de Wet Individuele Huursubsidie en geen aanspraak gemaakt kan worden op huursubsidie en/of de daarop aansluitende Vangnetregeling Huursubsidie, dan kan bij-zondere bijstand in de woonkosten worden verleend. Het bedrag van de bijzondere bijstand is gelijk aan het bedrag dat volgens de berekeningen van de Wet Individuele Huursubsidie ontvangen zou worden, wanneer hierop wel recht zou hebben bestaan.
**2.** Indien er aanspraak bestaat op huursubsidie, berekend naar een inkomen dat voor de aanvraag van bijstandsverlening hoger was dan de laagste inkomenscategorie volgens de Wet Individuele Huursubsidie, kan bijzondere bijstand worden verstrekt.
De bijzondere bijstand is in dit geval gelijk aan het bedrag dat volgens de berekening van de Wet Individuele Huursubsidie zou worden verstrekt, wanneer hierop wel volledig recht zou bestaan, verminderd met de daadwerkelijk ontvangen huursubsidie en/of vergoeding op grond van de Vangnetregeling Huursubsidie.
**3.** Bijstand met toepassing van lid 1 of 2 wordt verstrekt tot aan het moment dat volledige aanspraak op huursubsidie kan worden gemaakt, doch voor ten hoogste 1 jaar.
**4.** De Vangnetregeling Huursubsidie dient te worden beschouwd als een voorliggende voorziening. Na een afwijzing op een aanvraag in het kader van de Wet Individuele Huursubsidie dient er te allen tijde eerst een beroep op de Vangnetregeling Huursubsidie te worden gedaan, voordat een aanvraag voor bijzondere bijstand voor woonkosten in behandeling kan worden genomen.
Hoofdstuk 4
Artikel 13
huurwoning met woonkosten tot de maximaal subsidiabele huur
Onderdeel van Verordening minimabeleid Wet Werk en Bijstand