**1..** De burgemeester weigert de vergunning indien:
naar zijn oordeel door de aanwezigheid van het horecabedrijf het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
de vestiging of exploitatie strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan;
de leidinggevende(n) binnen 3 jaar voor de aanvraag een horecabedrijf heeft geëxploiteerd dat evenwel op grond van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde gesloten is geweest;
sprake is van een concentratie van horecabedrijven in een bepaald gebied, waardoor het gevaar voor aantasting van de openbare orde of het woon- en leefklimaat toeneemt;
het horecabedrijf gevestigd is in de onmiddellijke nabijheid van andersoortige horecabedrijven of winkels met een dusdanige andere bezoekersgroep, dat de ontmoeting tussen de verschillende bezoekersgroepen openbare orde-problemen tot gevolg heeft of tot gevolg dreigt te hebben;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
door de leidinggevende(n) niet wordt voldaan aan de ingevolge artikel 8, lid 2 onder a (curatele) en b (slecht levensgedrag) en lid 3 (Besluit eisen zedelijk gedrag) van de Drank- en Horecawet geldende eisen, daar waar tevens sprake is van een aanvraag voor een vergunning ingevolge artikel 3 Drank- en Horecawet;
de leidinggevende(n) van een inrichting waarvoor geen drank- en horecavergunning is vereist, de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt;
door de leidinggevende(n) geen verklaring(en) omtrent het gedrag wordt/worden overlegd, die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven, daar waar niet tevens een aanvraag is ingediend voor een vergunning ingevolge artikel 3 Drank- en Horecawet.
**2..** Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgronden houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal komen te liggen;
de aard van het horecabedrijf;
de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door exploitatie van het horecabedrijf;
de wijze van bedrijfsvoering van de leidinggevende(n) van het horecabedrijf in deze of andere inrichtingen;
de wijze van exploitatie van de lokaliteiten in het verleden, voorzover de leidinggevende(n) onveranderd is/zijn gebleven.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:28b
Weigeringsgronden
Onderdeel van ALGEMENE PLAATSELIJKE VERORDENING SITTARD-GELEEN