Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 11.

Het niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht zonder gevolgen voor de bijstand

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren

1.. Onverminderd artikel 2, tweede lid wordt de verlaging vastgesteld op vijf procent van de WIJ-norm gedurende één maand indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 44 van de wet dan wel in artikel 30 c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van inkomensvoorziening. 2.. De in het eerste lid bedoelde verlaging is eveneens van toepassing op de situaties waarin de jongere heeft nagelaten om informatie die van belang is voor de voortzetting van inkomensvoorziening binnen de door het college op grond van artikel 40, tweede lid, van de wet gestelde termijn te verstrekken. 3.. Van een besluit tot de verlaging ingevolge dit artikel wordt afgezien en er wordt volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing is gegeven. 4.. Van een besluit tot verlaging of van een waarschuwing wordt afgezien bij de behandeling van een aanvraag die niet leidt tot het verlenen van inkomensvoorziening, tenzij sprake is van de kennelijke bedoeling of opzet tot fraude. 5.. Een besluit tot verlaging ingevolge dit artikel wordt toegepast met ingang van de datum van opschorting zoals bedoeld in artikel 40 van de wet, dan wel met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot verlaging aan de jongere wordt bekendgemaakt

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel