Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 10.

De toepassing van de verlaging in de situatie bedoeld in artikel 9

Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren

1.. De verlaging zoals bedoeld in artikel 9 wordt toegepast met ingang van de dag van opschorting zoals bedoeld in artikel 40 van de wet dan wel de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot verlaging aan belanghebbende wordt bekendgemaakt. 2.. De verlaging wordt toegepast door middel van vermindering van de op grond van hoofdstuk IV van de wet en eventueel de hoofdstukken 2 en 4 van deze verordening te berekenen inkomensvoorziening. Deze vermindering bedraagt maximaal 10 procent van de WIJ-norm en wordt zo nodig in de daaropvolgende betaalmaanden voortgezet totdat het op grond van artikel 9 berekende bedrag is bereikt. 3.. Indien de toepassing van de verlaging op de in het eerste en tweede lid aangegeven wijze niet mogelijk is, wordt de verlaging toegepast gedurende de periode waarop de schending van de informatieplicht betrekking heeft. 4.. Indien de toepassing van de verlaging op de in de vorige leden aangegeven wijze niet mogelijk is, wordt het eventueel resterende bedrag van de verlaging toegepast indien de jongere binnen 5 jaar na het besluit tot verlaging opnieuw aanspraak op verlening van inkomensvoorziening maakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel