**1..** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 44 van de wet dan wel in artikel 30 c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van inkomensvoorziening, wordt de verlaging afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
**2..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de verlaging vastgesteld op 10% van het benadelingsbedrag, met dien verstande dat zij op ten minste € 52 euro en ten hoogste € 2250,00 wordt gesteld en afronding naar boven plaatsvindt op een veelvoud van € 10,00.
**3..** Het met toepassing van het tweede lid berekende bedrag wordt verhoogd met 50% als de jongere zich binnen 2 jaar na een gedraging zoals bedoeld in het eerste lid die heeft geleid tot verlaging of een strafrechtelijke afdoening opnieuw schuldig maakt aan een dergelijke gedraging.
**4..** De verlaging wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie en blijft definitief achterwege indien ter zake een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
**5..** Het college is bevoegd om de in het tweede lid genoemde bedragen aan te passen aan de Aanwijzing Sociale Zekerheid of het Boetebesluit sociale zekerheidswetten Toelichting: De “Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude” is per 1 januari 2009 herzien en de minimale boete is thans in het Boetebesluit sociale zekerheidswetten vastgesteld op €52.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9.
Het niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht met gevolgen voor de Inkomensvoorziening
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren