1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke
verrichting van vermaak, met uitzondering van:
a. bioscoopvoorstellingen;
b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet;
c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
d. verrichtingen van vermaak die plaatsvinden in een openbare inrichting, waarvoor een vergunning krachtens artikel 2.34 van deze verordening geldt, mits de vergunning mede betrekking heeft op deze verrichting van vermaak;
e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
f. activiteiten als bedoeld in artikel 2.10 van deze verordening.
2. Onder evenement wordt mede verstaan:
a. een herdenkingsplechtigheid;
b. een braderie;
c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2.4 van deze verordening, op de weg;
d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
e. een snuffelmarkt.
3. Evenementen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:
a. 0-evenement: evenement met een laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het bezoekersaantal bedraagt maximaal 250 mensen;
b. A-evenement: laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en het verkeer;
c. B-evenement: gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer;
d. C-evenement: hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer.
4. Onder evenementenoverzicht wordt verstaan: de door het college jaarlijks vastgestelde kalender met B- en C-evenementen voor het volgende – aankomende – evenementenjaar.
5. Onder organisator wordt verstaan: degene voor wiens rekening en risico een evenement plaatsvindt.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 7
Artikel 2.26
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2012