Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 7

Artikel 2.26

Begripsbepalingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2012

1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. verrichtingen van vermaak die plaatsvinden in een openbare inrichting, waarvoor een vergunning krachtens artikel 2.34 van deze verordening geldt, mits de vergunning mede betrekking heeft op deze verrichting van vermaak; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2.10 van deze verordening. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2.4 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een snuffelmarkt. 3. Evenementen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: a. 0-evenement: evenement met een laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het bezoekersaantal bedraagt maximaal 250 mensen; b. A-evenement: laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en het verkeer; c. B-evenement: gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer; d. C-evenement: hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer. 4. Onder evenementenoverzicht wordt verstaan: de door het college jaarlijks vastgestelde kalender met B- en C-evenementen voor het volgende – aankomende – evenementenjaar. 5. Onder organisator wordt verstaan: degene voor wiens rekening en risico een evenement plaatsvindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel