Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 7

Artikel 2.27

Evenementenvergunning

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2012

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een A-, B- of C-evenement te organiseren, toe te laten of feitelijk te leiden. 2. De vergunning geldt voor één evenement. 3. De burgemeester weigert de vergunning voor een B- en C evenement indien de organisator: a. onder curatele staat, b. in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of c. de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel: a. dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid en/of de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement; b. de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd; c. de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden gewaarborgd; d. het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden voortgezet; e. de bescherming van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt nodig is; f. de vergunningvoorschriften niet worden nageleefd; g. de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet; h. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke maatregel is genomen; i. de vooraankondiging van een B- of C-evenement niet voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenementenoverzicht wordt vastgesteld, is ingediend; j. een A-evenement niet ten minste vier weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd; k. het B- en C-evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, niet is opgenomen op het evenementenoverzicht dat is vastgesteld voor het jaar waarin het evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, plaats zal vinden; l. de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in het evenementenbeleid, het imago of de belangen van de stad Vlaardingen; m. ten behoeve van de vergunningverlening onvolledige of onjuiste gegevens zijn verstrekt. 5. De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften verbinden ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking kunnen hebben op: a. de plaats en het tijdstip van het evenement; b. de benodigde technische voorzieningen; c. de inrichting van het evenemententerrein; d. het activiteitenprogramma; e. een veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers; f. het verkeersplan. 6. De aanvraag om een evenementenvergunning bevat ten minste: a. de plaats waar het evenement wordt gehouden; b. de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden; c. een opgave van het verwachte aantal deelnemers en toeschouwers; d. de inrichting van het evenemententerrein; e. het activiteitenprogramma; f. de mogelijke risico’s voor verstoring van de openbare orde en veiligheid; g. het veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers; h. de maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen. 7. Risicoverhogende feiten of omstandigheden waarvan eerst na de aanvraag is gebleken, worden door de organisator onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld. 8. Dit artikel is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel