Naar hoofdinhoud
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuninggemeente Zeist 2011. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zeist op 9 november 2010. Gewijzigd in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zeist op 26 juni 2012 Datum publicatie Nieuwsbode: 11 juli 2012 Datum inwerkingtreding: datum publicatie VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNINGGEMEENTE ZEIST 2011 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Inleiding De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een participatiewet; uitgangspunt is dat iedereen –ook mensen met een beperking- volwaardig moet kunnen meedoen aan de samenleving. Bij het vinden van oplossingen staan behoud van regie over het eigen leven en zelfredzaamheid voorop. Mensen zullen eerst zelf of samen met hun omgeving een oplossing van hun problemen moeten zoeken. Mocht dit ondanks aantoonbare inspanningen van de persoon en zijn omgeving niet lukken dan kunnen zij een beroep doen op de Wmo. Dit volgens het principe: zelf doen – samen doen – laten doen. Gemeenten hebben dan een verantwoordelijkheid. Als iemand beperkingen heeft, moeten die zó worden gecompenseerd dat het ‘meedoen’ niet in gevaar komt. De gemeente is vrij in hoe zij dat ‘compensatiebeginsel’ invult. Het compensatiebeginsel vergt van gemeenten én burgers een specifieke benadering: bij het vinden van oplossingen staan behoud van regie over het eigen leven en zelfredzaamheid voorop; gemeenten zullen meer tijd moeten nemen in het eerste gesprek met de klant; het gesprek wordt meer vraagverhelderend, minder aanvraag beoordelend; burgers moeten afstappen van het zogenaamde claimdenken en alle mogelijkheden verkennen om hun probleem op te lossen waarbij de klant in redelijkheid zelf ook een inspanningsverplichting en eigen verantwoordelijkheid heeft. De Wmo is méér dan het vertrekken van voorzieningen. De omslag van productgericht naar vraaggericht werken, het uitgaan van de eigen kracht van mensen en het samen zoeken naar mogelijkheden in de eigen omgeving biedt deze doelgroep betere kansen om volwaardig mee te kunnen blijven doen aan de samenleving. Dit vraagt ook om een tactvolle benadering van de Wmo consulent. Feitelijk gaat het om een aanpak waarin zowel de gemeente als klant een inspanningsverplichting heeft en dan is een voorziening niet altijd het eerste waar je aan denkt. Dit betekent dat er ook (meer) moeten worden samengewerkt met lokale zorg- en welzijnsorganisaties, woningcorporaties en belangenbehartigers op het gebied van wonen, welzijn en zorg.

Rechtspraak bij dit artikel