Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Zeist 2011

Lid 1 Ad a Binnen de Wmo is het niet de bedoeling dat de gemeentelijke overheid voorzieningen verstrekt waarover de aanvrager, gezien zijn individuele situatie, ook zonder zijn handicap of beperking, zou kunnen beschikken. Deze voorzieningen worden als algemeen gebruikelijk beschouwd. Wat in een concrete situatie als algemeen gebruikelijk wordt beschouwd, hangt af van de geldende maatschappelijke normen van het moment van de aanvraag. Het begrip heeft vaak voor verwarring gezorgd, omdat algemeen gebruikelijke voorzieningen soms wel specifiek voor een handicap worden aangeschaft, maar vanwege hun algemeen gebruikelijke karakter toch niet vergoed worden. Het gaat om voorzieningen: die in de reguliere handel verkrijgbaar zijn; die niet speciaal voor gehandicapten bedoeld zijn; die niet aanzienlijk duurder zijn dan vergelijkbare producten met hetzelfde doel. Het begrip “algemeen gebruikelijk” moet overigens niet worden verward met “gebruikelijke zorg”, zoals dat onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) is geformuleerd in beleidsregels en het protocol gebruikelijke zorg door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het begrip “gebruikelijke zorg” komt onder de Wmo terug. Ad b Het gaat hier om direct of uit voorraad beschikbare voorzieningen, die met een minimum aan bureaucratie kunnen worden verstrekt. Daarbij valt te denken aan een scala van al bestaande of nog te ontwikkelen voorzieningen: scootmobielpools, algemene woonvoorzieningen zoals elektrische deuren in het complex, een gemeenschappelijke stalling voor scootmobielen, een tillift voor meerdere personen, rolstoelpools en vrijwilligersdiensten. De verstrekkingsprocedure is eenvoudiger dan bij individuele voorzieningen: een beperkte toegangsbeoordeling, en geen eigen bijdragen. Kenmerk van algemene voorzieningen is tenslotte dat zij altijd in natura verstrekt worden en nooit als financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget. Ad c en d Spreken voor zich. Ad e De toekenning van het persoonsgebonden budget maakt het opnemen van het begrip “budgethouder” noodzakelijk. De budgethouder is de persoon die de beschikking krijgt over het budget en over de besteding daarvan. Deze persoon dient ook verantwoording af te leggen over de besteding van het budget. Ad f Spreekt voor zich. Ad g Het compensatiebeginsel is via het amendement-Miltenburg c.s. (30 131, nr. 65) aan het betreffendewetsvoorstel toegevoegd. In het amendement is geen begripsomschrijving van dit begrip opgenomen.Gevolg hiervan is dat er in de Wmo een begripsomschrijving van het cruciale begrip compensatiebeginselontbreekt. Daarom staat de begripsomschrijving van het compensatiebeginsel in de verordening. Voor debegripsomschrijving is gebruik gemaakt van het briefadvies van de Raad voor de Volksgezondheid en deZorg, de “uitvinder” van het compensatiebeginsel. Voor wat betreft de gelijkwaardige uitgangspositie isgebruik gemaakt van het briefadvies, en voor wat betreft de termen zelfredzaamheid en maatschappelijkeparticipatie van de toelichting op het amendement. Ad h De bevoegdheid voor het vragen van een eigen bijdrage in de kosten van een voorziening vloeit voort uit artikel 15 lid 1 van de wet. Dit met de restrictie dat de bijdrage alleen geheven wordt ten aanzien van burgers van 18 jaar en ouder. Deze kan op het inkomen worden afgestemd, zij het dat daarvoor op basis van artikel 15 lid 3 van de wet bij Algemene Maatregel van Bestuur nadere regels kunnen worden gesteld. Van deze bevoegdheid is gebruik gemaakt door middel van het vaststellen van het Besluit maatschappelijke ondersteuning. Hierin wordt bepaald wat de ruimte is die de gemeenteraad heeft voor het vaststellen van eigen bijdragen of eigen aandeel in de kosten. Een eigen bijdrage wordt berekend en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) en is afhankelijk van de hoogte van het inkomen. Ad i Een financiële tegemoetkoming is een geldbedrag dat is bedoeld om een bepaalde voorziening te verwerven. Het is niet per definitie een kostendekkende vergoeding, maar een bedrag bedoeld als tegemoetkoming in de kosten. Zie ook de toelichting van artikel 5 van deze verordening. Ad j Men mag er vanuit gaan dat huisgenoten voor elkaar zorgen. De partner helpt bijvoorbeeld bij de dagelijkse verzorging en bij het huishouden. Ad k De ruimte in een gebouw dat hoort bij meer dan één woning, zoals een hal of trappenhuis in een appartementencomplex. Ad l Het uitgangspunt goedkoopst compenserend is ruimer dan het in de Wvg gebruikte begrip goedkoopst adequaat. Het is van belang om te realiseren dat een te verstrekken voorziening op de eerste plaats compenserend moet zijn, dat wil zeggen dat die voorzieningen de beperkingen compenseert. Zijn er meer voorzieningen compenserend, dan kan gekozen worden voor de goedkoopste. Ad m Verduidelijking van het begrip hoofdverblijf is nodig voor de bepalingen onder artikel 14 lid 1 en artikel16 lid 1 van deze verordening dat er voor iemand met beperkingen een bepaalde woning, niet zijnde hethoofdverblijf, bezoekbaar gemaakt wordt.Een in de jurisprudentie algemeen aanvaarde definitie van "hoofdverblijf" is de plaats die fungeert als hetcentrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene en welke een voor permanentebewoning geschikte verblijfplaats is, dat tenminste bestaat uit een keuken, woon-, was- enslaapgelegenheid. Ad n Het uitgangspunt van deze begripsomschrijving ligt in het protocol gebruikelijke zorg, zoals tot aan deinvoering van de wet door het CIZ werd toegepast als verzameling beleidsregels voor de AWBZindicatiestellingvoor huishoudelijke zorg. Het is op enkele punten aangepast om te voorkomen datproblemen die in de AWBZ met dit begrip speelden, ook naar de wet overgaan. Zo is in plaats van“volwassenen” de term “meerderjarigen” opgenomen en is het begrip “gemeenschappelijke huishoudingvoeren” vervangen door het begrip “gemeenschappelijk een woning bewonen”. Ad o Algemene voorzieningen hebben in het kader van deze verordening voorrang op individuele voorzieningen. Waar mogelijk zal eerst een algemene voorziening worden aangeboden, waar nodig zal een individuele voorziening worden verstrekt. Hoe de keuze wordt gemaakt tussen beide categorieën voorzieningen hangt af van de individuele situatie van de aanvrager. Door het college vast te stellen beleidsregels zullen afwegingscriteria geven, verder zal een op de individuele situatie afgestemd medisch advies vaak van groot belang zijn. De algemene voorzieningen, nu nog genoemd in de vorm van een primaat, kunnen uitgroeien tot voorliggende voorzieningen (artikel 2 van de wet) en op den duur uit deze verordening verdwijnen, wanneer zij zodanig functioneren dat zij gerekend kunnen worden tot de groep voorzieningen zoals maaltijdvoorzieningen en personenalarmering. Ad p Met deze definitie worden alle bewoners van één adres die samen een huishouding voeren inbegrepen in het begrip leefeenheid. Deze bepaling is overgenomen uit het protocol gebruikelijke zorg van het CIZ en wordt als zodanig ook gebruikt bij de toetsing op het onderdeel “gebruikelijke zorg”. Ad q Ook deze begripsomschrijving is, evenals de onder y. opgenomen omschrijving, ontleend aan de toelichting op het amendement-Miltenburg c.s., dat het compensatiebeginsel aan de wet heeft toegevoegd. Ad r De begripsomschrijving van het begrip “mantelzorger” is ontleend aan de begripsomschrijving van “mantelzorg” in de wet (artikel 1, lid 1 onder b, Wmo). Ad s Het begrip “meerkosten” hangt nauw samen met het begrip “algemeen gebruikelijk”. Deze twee begrippen zijn elkaars tegenhangers. De meerkosten zijn de kosten die in een direct oorzakelijk verband staan met het compenseren van de ondervonden beperking of het psychosociaal probleem, zoals die zijn genoemd in artikel 1, lid 1, onder g achtste volzin van de wet. Een met de persoon als de aanvrager vergelijkbaar persoon zonder die beperking of dat psychosociale probleem heeft deze meerkosten per definitie niet, omdat daarvoor in diens situatie geen noodzaak is. Mede op de bestrijding van deze meerkosten, dus de kosten die voor een persoon als de aanvrager niet algemeen gebruikelijk zijn, is de wet gericht. Ad t Bij een "persoon met een beperking" gaat het om iemand met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische of anderszins chronische psychische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap. Het gaat hier in alle gevallen om kenmerken van een persoon. Men is bijvoorbeeld door ouderdom slecht ter been geworden, is van kinds af aan zintuiglijk gehandicapt, of heeft door ziekte of door een ongeval een of meer lichaamsfuncties verloren. Verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan deelname aan het maatschappelijk verkeer, kan echter ook een gevolg zijn van problemen die iemand heeft in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving. In dat geval is er sprake van een 'psychosociaal probleem' (TK 2004-2005, 30 131, nr. 3, p. 29). Uit deze wetsgeschiedenis en artikel 1 lid 1 onder a Wvg leidt de CRvB af dat de wetgever de doelgroep van de maatschappelijke ondersteuning, als bedoeld in de Wmo, uitdrukkelijk ruimer heeft omschreven dan het begrip gehandicapte in de zin van de Wvg (CRvB 29-04 2009, nrs. 08/2290 Wmo e.a. en CRvB 20-01-2010, nr. 09/2323 WMO e.a.). Uit deze uitspraken volgt verder dat het in strijd is met de Wmo de doelgroep die voor voorzieningen in aanmerking kan komen te beperken tot personen die als gevolg van een ziekte of gebrek beperkingen ondervinden. De CRvB stelt vast dat de doelgroep die in aanmerking kan komen voor maatschappelijke ondersteuning, ook personen met een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem. De term “beperkingen” is ontleend aan de ICF, de International Classification of Functioning, Disability, and Health, opgesteld door de Wereld Gezondheidsorganisatie (World Health Organisation, onderdeel van de Verenigde Naties). Het amendement-Miltenburg stelt over de ICF: “Voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk biedt de International Classification of Functions, Disabilities and Impairments (ICF classificatie) een uniform begrippenkader dat als grondslag kan dienen om de behoefte aan voorzieningen in individuele gevallen vast te stellen.” Ad u Nadere uitwerking omtrent de relatie tussen diverse compenserende voorzieningen en daarbij behorende persoonsgebonden budgetten is opgenomen in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Zeist Ad v De begripsomschrijving standplaats komt overeen met de begripsomschrijving van de standplaats in de Huisvestingswet. Ad w Bij natura voorzieningen kan worden gedacht aan verstrekking van goederen in huur, in eigendom of in de vorm van dienstverlening. Ad x Deze bepaling spreekt voor zich. Ad y Er is formeel geen eenduidige omschrijving voor het begrip “woonachtig” binnen de wet. Dit begrip is echter een belangrijke voorwaarde om in aanmerking te kunnen komen voor voorzieningen vanuit deze wet binnen de gemeente. Gekozen is om uit meerdere bronnen een zo juist en concreet mogelijke definitie te formuleren. De volgende bronnen hebben hiertoe bijgedragen: In het Burgerlijk Wetboek artikel 10: “De woonplaats van een natuurlijk persoon bevindt zich te zijner woonstede, en bij gebreke van woonstede ter plaatse van zijn werkelijk verblijf.” Daarbinnen wordt met de woonstede bedoeld de woonruimte waar iemand, gelet op alle omstandigheden, werkelijk en duurzaam woont. In de Nederlandse belastingwetgeving is bepaald wanneer iemand in Nederland woont. Waar iemand woont wordt naar omstandigheden beoordeeld. Men kijkt eigenlijk naar waar zijn centrale leven zich afspeelt. Een gezin, vrienden, werk, sociale leven, huisvesting zijn daarbij allemaal van belang. Volgens het woordenboek: “daar waar de persoon in het bevolkingsregister staat ingeschreven en waar hij/zij feitelijk verblijft.” Door de staatssecretaris is tijdens de kamerbehandeling van de wet aangegeven, dat de woonplaats de plek is waar men het merendeel van een jaar feitelijk verblijft. Ad z De begripsomschrijving woonwagen komt overeen met de begripsomschrijving zoals opgenomen in de Huisvestingswet. Ad aa Deze begripsomschrijving komt uit de toelichting op het amendement-Miltenburg c.s. Lid 2 Spreekt voor zich.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel