Wanneer de raad of een raadslid niet tevreden is over de behandeling
van de verzoeken om informatie, advies en/of ambtelijke bijstand
door een van de aangewezen ambtenaren uit de ambtelijke organisatie
kan hij de zaak voorleggen aan de raadsgriffier, die hierover in
overleg treedt met de gemeentesecretaris.
De gemeentesecretaris bespreekt de in het eerste lid bedoelde zaak,
in samenspraak met de directeur van het
programma, met de betrokken ambtenaar en deelt de
raad of het raadslid de uitkomst van die bespreking mede. Mocht de
raad of het raadslid zich niet kunnen vinden in deze uitkomst, dan
kan hij de zaak voorleggen aan de burgemeester.
Paragraaf 1
Artikel 3
(gewijzigd bij raadsbesluit op 13 december 2010)
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand 2002