Een raadslid wendt zich tot de raadsgriffier met een verzoek
om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen
en moties of andere bijstand.
De bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend door
de raadsgriffier of een medewerker van de raadsgriffie.
Indien de gevraagde bijstand niet door de raadsgriffier of
een medewerker van de raadsgriffie kan worden verleend kan
de raadsgriffier de secretaris verzoeken, één of meer
ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo
spoedig mogelijk verlenen.