Het bevoegd gezag stelt een klachtencommissie in, bestaande uit minimaal drie en maximaal vijf leden, bij voorkeur afkomstig uit de diverse organisatieonderdelen.
De commissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. De taken en werkwijze van de ambtelijk secretaris zijn opgenomen in het huishoudelijk reglement voor de ambtelijk secretaris klachtencommissie Ongewenst Gedrag.
In de commissie moet juridische deskundigheid en deskundigheid op het gebied van (het bestrijden van) ongewenst gedrag aanwezig zijn.
Het lid dat werkzaam is bij het organisatieonderdeel waar eveneens de klager en/of aangeklaagde werkzaam is, neemt in principe niet deel aan de behandeling van de klacht.
De vertrouwenspersoon maakt geen deel uit van de klachtencommissie.
De klachtencommissie brengt jaarlijks aan het bevoegd gezag een geanonimiseerd overzicht uit van het aantal en de aard van de klachten en de uitspraken die daarover zijn gedaan. Dit verslag wordt ter kennis gebracht van de Ondernemingsraad. Het verslag bevat zonodig beleidsadviezen. Ook aan de vertrouwenspersoon wordt een verslag toegezonden.