indienen van een klacht
Een klacht dient schriftelijk te worden ingediend bij de ambtelijk secretaris, met op de envelop vermeld de naam van de ambtelijk secretaris en "persoonlijk en vertrouwelijk".
De klacht bevat tenminste:
de naam van klager en aangeklaagde
een omschrijving van het gedrag dat aanleiding was voor de klacht met zo mogelijk de vermelding van plaats, tijd en omstandigheden.
de reeds door de klager ondernomen stappen en de eventuele daarop betrekking hebbende schriftelijke stukken. Deze stukken worden aan de klachtencommissie ter beschikking gesteld.
dagtekening en ondertekening door klager.
Indien de klacht niet aan de in lid 2 genoemde vereisten voldoet, stelt de klachtenkommissie klager in de gelegenheid om dit verzuim te herstellen. Verdere behandeling van de klacht wordt opgeschort met ingang van de dag waarop klager is verzocht zijn klacht aan te vullen, tot de dag waarop de klacht is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn is verstreken.
Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen
De klager ontvangt binnen een week na indiening van de klacht een ontvangstbevestiging.
De klachtencommissie kan in verband met de beoordeling van de vraag of de klacht ontvankelijk is klager ter zake om nadere informatie vragen.
ontvankelijkheid
De klachtencommissie beoordeelt binnen twee weken op basis van de schriftelijke klacht en, zonodig op basis van de nader verkregen informatie of de klacht ontvankelijk is.
Een klacht is niet-ontvankelijk in het geval:
de klacht geen betrekking heeft op ongewenst gedrag;
de klacht niet schriftelijk is ingediend binnen de in artikel 2 genoemde termijn.
behandeling/onderzoek
Nadat de klacht ontvankelijk is verklaard ontvangt de aangeklaagde een afschrift van de klacht, alsmede een exemplaar van de klachtenregeling "Ongewenst gedrag".
Nadat de klacht ontvankelijk is verklaard licht de klachtencommissie het bevoegd gezag in over het feit dat een klacht is ingediend en ook wie klager en aangeklaagde zijn.
De klachtencommissie kan het bevoegd gezag adviseren een tijdelijke maatregel te nemen.
De klachtencommissie heeft tot taak, indien de klacht ontvankelijk is verklaard, de klacht te onderzoeken en het bevoegd gezag omtrent de afdoening te adviseren. Als bij het onderzoek naar de klacht blijkt dat zowel klager als aangeklaagde bereid zijn tot bemiddeling, wordt het onderzoek naar de klacht gedurende de bemiddeling opgeschort. Indien de bemiddeling lukt, dan vraagt de klachtencommissie de klager de klacht schriftelijk in te trekken. Indien de bemiddeling niet lukt, dan vervolgt de klachtencommissie het klachtonderzoek.
De klachtencommissie onderzoekt de klacht door klager en aangeklaagde afzonderlijk te horen. In de oproeping wordt vermeld dat de klager en aangeklaagde zich tijdens het horen kunnen doen bijstaan door een raadsman of raadsvrouw naar eigen keuze. Klager kan zich ook doen bijstaan door de vertrouwenspersoon. Het horen door de klachtencommissie behoeft niet in voltallige samenstelling te gebeuren.
De klachtencommissie is bevoegd getuigen en derden op te roepen. Als getuigen/derden worden gehoord stelt de commissie klager en aangeklaagde hiervan vooraf op de hoogte.
Klager, aangeklaagde of de persoon die hen bijstaat bij de behandeling van de klacht kunnen deze horen niet bijwonen.
Klager, aangeklaagde en getuigen/derden, die door de klachtencommissie zijn opgeroepen te worden gehoord, zijn verplicht te verschijnen. De tijd die hiervoor nodig is wordt beschouwd als diensttijd. Indien zij verhinderd zijn te verschijnen dienen zij dit zo spoedig mogelijk en gemotiveerd kenbaar te maken aan de ambtelijk secretaris van de klachtencommissie. De voorzitter beslist vervolgens of de verhindering wordt geaccepteerd.
Indien klager, aangeklaagde of overige opgeroepen personen weigeren te verschijnen, kan de klachtencommissie het bevoegd gezag verzoeken dit via een dienstopdracht af te dwingen.
De hoorzittingen van de klachtencommissie zijn besloten. Er geldt geheimhoudingsplicht voor alle betrokkenen.
Van iedere hoorzitting wordt een verslag gemaakt door een daartoe aangewezen notulist. Dit verslag bevat de feiten en waarnemingen uit de hoorzitting. In de hoorzitting moet in ieder geval worden ingegaan op de volgende vragen:
was er sprake van een hiërarchische verhouding tussen klager en aangeklaagde?
was er sprake van een herhaling van het gebeurde?
was dit gericht tegen één persoon of tegen een groep?
heeft de klager kenbaar gemaakt dat het gedrag van de aangeklaagde ongewenst was?
wat was de aard en de ernst van het gebeurde?
hoe lang heeft het geduurd en hoe vaak gebeurde het?
Het verslag dient door gehoorde binnen 10 dagen na toezending voor akkoord te worden teruggestuurd aan de klachtencommissie. Indien dat niet gebeurt, zonder dat daaraan naar het oordeel van de commissie een afdoende aan haar kenbaar gemaakte reden ten grondslag ligt, wordt het verslag geacht te zijn vastgesteld en voor akkoord bevonden
De klachtencommissie kan zich bij de behandeling van de klacht laten bijstaan door adviseurs en externe deskundigen.
Gedurende het onderzoek kunnen klager, aangeklaagde alsmede degene die hen ondersteunt, kennis nemen van alle ondertekende verslagen van de door de klachtencommissie gevoerde hoorgesprekken, met dien verstande dat de voorzitter van de klachtencommissie bevoegd is om in het belang van het onderzoek te bepalen dat inzage op een bepaald tijdstip niet opportuun is. Ook dienen zij in de gelegenheid gesteld te worden daarop (mondeling dan wel schriftelijk) te reageren.
Indien uit de reacties op het ter inzage gelegde klachtdossier blijkt dat er behoefte bestaat aan een tweede hoorgesprek met klager en aangeklaagde, dan beslist hierover de voorzitter van de onderzoekscommissie. Hiertoe treden de leden 13 tot en met 20 van dit artikel opnieuw in werking.
De klachtencommissie kan, als daartoe voldoende aanleiding bestaat, zelf besluiten een tweede ronde hoorgesprekken te houden met klager en aangeklaagde. Hiertoe treden de leden 13 tot en met 20 van dit artikel opnieuw in werking.
rapportage en advies
De klachtencommissie brengt binnen 2 maanden na het in behandeling nemen van de klacht schriftelijk rapport van bevindingen uit aan het bevoegd gezag. Deze termijn kan tweemaal met een termijn van één maand worden verlengd. Betrokkenen worden schriftelijk van deze verlenging in kennis gesteld.
De klachtencommissie stelt aan de hand van de klacht, het verweer en de overige onderzoeksgegevens, waaronder de verslagen van de hoorgesprekken, vast of de klacht (geheel of gedeeltelijk) gegrond is dan wel ongegrond is.
In het rapport van bevindingen aan het bevoegd gezag staat het advies van de klachtencommissie en de eventuele maatregelen die worden voorgesteld. Eventuele minderheidsstandpunten worden vermeld.
Klager, aangeklaagde en de vertrouwenspersoon ontvangen een afschrift van dit rapport. Het bevoegd gezag ontvangt naast het rapport tevens het opgebouwde klachtdossier.