**1..** Het bestuursorgaan kan een door de subsidieontvanger aangehouden
bestemmingsreserve geheel of gedeeltelijk tot het vermogen van
de subsidieontvanger rekenen, indien de hoogte of de aangegeven
bestemming van de reserve naar het oordeel van het
bestuursorgaan niet past in het doel van de verlening van de
betreffende subsidie.
**2..** In het geval er sprake is van meerdere subsidiestromen voor
hetzelfde doel of dezelfde activiteit, waarbij het
bestuursorgaan niet de hoofdfinancier is, worden de mutaties in
het vermogen, de bestemmingsreserves en de voorzieningen
evenredig toegerekend aan de verschillende inkomstenbronnen,
tenzij deze mutaties direct aan de verschillende
inkomstenbronnen kunnen worden toegerekend.
**3..** Toevoeging van ontvangen subsidiegelden aan het vermogen van een
subsidieontvanger bedragen, na eventuele correcties op grond van
het eerste lid, in enig jaar niet meer dan tien procent van de
over dat jaar toegekende subsidie of som van subsidies, verleend
door de gemeente Rotterdam.
**4..** Het bestuursorgaan kan een subsidie over jaar x lager
vaststellen, als blijkt dat het vermogen en de
bestemmingsreserves tezamen aan het einde van het jaar
voorafgaand aan jaar x, meer bedragen dan dertig procent van de
subsidie of som van subsidies die aan het bestuursorgaan werd
aangevraagd.
**5..** Indien het vermogen van een subsidieontvanger in enig jaar meer
bedraagt dan veertig procent van de in dat jaar ontvangen
subsidie of som van subsidies, verleend door de gemeente
Rotterdam, dan kan verrekening van het meerdere
plaatsvinden.
**6..** Bij overschrijding van het gestelde in het derde lid kan het
bestuursorgaan het bedrag voortvloeiende uit de overschreden
norm betrekken in de subsidievaststelling.
**7..** Indien het maximum vermogen conform het derde lid lager is dan
tienduizend euro wordt het maximum vastgesteld op tienduizend
euro.
Hoofdstuk 1 › TITEL 3
Artikel 9.
Vermogen
Onderdeel van Uitvoeringsregeling subsidievoorwaarden Gemeentelijke Gezondheidsdienst 2004