De premie maatschappelijke participatie dient ertoe belanghebbenden te stimuleren tot het verrichten van werkzaamheden die ten goede komen aan de maatschappij. Bij werkzaamheden die ten goede komen aan de maatschappij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan vrijwilligerswerk, maatschappelijke banen en werkzaamheden in het kader van buurtbeheer. Binnen organisaties die uit winstoogmerk werken kunnen geen maatschappelijke banen worden ingevuld. Daarnaast mogen maatschappelijke banen geen reguliere banen verdringen.
Maatschappelijke banen bieden een zinvolle tijdsbesteding aan uitkeringsgerechtigden die nog niet in staat zijn om toe te werken naar een betaalde baan. Van belang voor de uitkeringsgerechtigde zijn hierbij het opnieuw opdoen of behouden van sociale contacten, een goed dagritme en het gevoel dat ze meetellen doordat er daadwerkelijk een bijdrage geleverd wordt aan die zaken die als maatschappelijk belangrijk aangemerkt worden.
Lid 1
Lid 1 geeft aan welke personen voor een premie maatschappelijke participatie in aanmerking komen. Deze omschrijving wijkt af van de doelgroepomschrijving zoals opgenomen in artikel 1 lid 2 sub d van deze verordening. Als voorwaarde wordt voorts gesteld dat de werkzaamheden op het moment van het indienen van de aanvraag voor de belanghebbende het maximaal haalbare qua aard en omvang van de werkzaamheden is. Personen die meer uren zouden kunnen werken en mogelijk zelfs uit zouden kunnen stromen komen niet in aanmerking voor de premie maatschappelijke participatie. Op deze wijze wordt voorkomen dat personen niet gemotiveerd zijn om uit te stromen doordat de bijstandsnorm met premie hoger is dan het inkomen dat zij bij volledige uitstroom zouden kunnen verdienen.
Personen jonger dan 27 jaar komen niet in aanmerking voor een premie omdat deze premie niet is vrijgelaten (artikel 31 lid 5 WWB) en derhalve tot de middelen van de belanghebbende zou moeten worden gerekend.
Aansluitend op “werken met behoud van uitkering” in een maatschappelijk baan kunnen de instrumenten stage, werken met subsidies dan wel werken met behoud van uitkering uitstroomgericht ingezet worden.
Lid 2
Lid 2 geeft aan hoe hoog de premie is.
Lid 3
Een premie die naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van een belanghebbende wordt, in zoverre deze een-of tweemalig per kalenderjaar wordt uitgekeerd en de premie per kalenderjaar niet meer bedraagt dan het in artikel 31 lid 2 sub j van de wet genoemde bedrag, niet tot de middelen van de belanghebbende gerekend. Om deze reden is ervoor gekozen de belanghebbende in de gelegenheid te stellen de premie maatschappelijke participatie twee maal per jaar aan te vragen. De aanvragen dienen na afloop van het tijdvak waarop zij betrekking hebben te worden ingediend.
Lid 4
Evenals bij andere premies heeft de belanghebbende zes maanden de tijd om een aanvraag in te dienen.
HOOFDSTUK 3
Artikel 12
Premie maatschappelijke participatie
Onderdeel van Re-integratie verordening 2012