Lid 1
De premie deeltijdwerk dient ertoe belanghebbenden te stimuleren een deeltijdbaan te aanvaarden. Lid 1 geeft aan welke personen voor een premie deeltijdwerk in aanmerking komen. Deze omschrijving wijkt af van de doelgroepomschrijving zoals opgenomen in artikel 1 lid 2 sub d van deze verordening. Wanneer personen met een uitkering op grond van de WWB, de IOAW of de IOAZ in deeltijd gaan werken, levert dit de gemeente immers een besparing op de kosten in verband met de algemene bijstand op.
Als voorwaarde wordt voorts gesteld dat het deeltijdwerk op het moment van het indienen van de aanvraag voor de belanghebbende het maximaal haalbare qua aard en omvang van de werkzaamheden is. Personen die meer uren zouden kunnen werken en mogelijk zelfs uit zouden kunnen stromen komen niet in aanmerking voor de premie deeltijdwerk. Op deze wijze wordt voorkomen dat personen niet gemotiveerd zijn om uit te stromen doordat de bijstandsnorm met premie hoger is dan het inkomen dat zij bij volledige uitstroom zouden kunnen verdienen.
Personen jonger dan 27 jaar komen niet in aanmerking voor een premie omdat deze premie niet is vrijgelaten (artikel 31 lid 5 WWB) en derhalve tot de middelen van de belanghebbende zou moeten worden gerekend.
Lid 2
Lid 2 geeft aan hoe hoog de premie is. De premie is gekoppeld aan een maximum per maand. Op deze wijze wordt voorkomen dat de algemene bijstand verhoogd met een premie een inkomen ver boven bijstandsniveau oplevert.
Lid 3
Zowel de wet als de IOAW kennen wettelijke inkomstenvrijlatingen (artikel 31 lid 2, sub n en r van de wet respectievelijk artikel 8 lid 2 IOAW). Op grond van het derde lid heeft een eventueel toepasselijke wettelijke inkomstenvrijlating voorrang op de inkomstenvrijlating op basis van deze verordening.
Lid 4
Een premie die naar het oordeel van het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van een belanghebbende wordt, in zoverre deze een-of tweemalig per kalenderjaar wordt uitgekeerd en de premie per kalenderjaar niet meer bedraagt dan het in artikel 31 lid 2 sub j van de wet genoemde bedrag, niet tot de middelen van de belanghebbende gerekend. Om deze reden is ervoor gekozen de belanghebbende in de gelegenheid te stellen de premie twee maal per jaar aan te vragen. De aanvragen dienen na afloop van het tijdvak waarop zij betrekking hebben te worden ingediend.
Lid 5
Evenals bij andere premies heeft de belanghebbende zes maanden de tijd om een aanvraag in te dienen.