De in artikel 4, eerste lid, genoemde financieringsproducten worden slechts verleend indien:
met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg in voldoende mate wordt gediend;
de kosten van voorzieningen in een redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;
de voorzieningen sober en doelmatig worden uitgevoerd;
met de uitvoering van de te treffen voorzieningen nog geen aanvang is gemaakt;
een vergunning krachtens de Monumentenverordening Rotterdam 2003 of een bouwvergunning krachtens de Woningwet, indien benodigd, is verleend;
het subsidieplafond niet wordt overschreden.
HOOFDSTUK 4
Artikel 12
Verleningsvoorwaarden
Onderdeel van Verordening regelende de inzet van financieringsproducten ten behoeve van de verbetering van particuliere monumenten