Naar hoofdinhoud
1.. De in artikel 4, eerste lid, genoemde financieringsproducten worden berekend aan de hand van de bij de verlening goedgekeurde kosten van voorzieningen, of de werkelijke kosten indien deze door het college na uitvoering van de werkzaamheden op een lager bedrag worden vastgesteld. 2.. Op de kosten van voorzieningen worden kosten die op grond van enige andere subsidieregeling subsidiabel zijn gesteld, of waarvoor op enige andere wijze een tegemoetkoming is of kan worden verkregen, in mindering gebracht. 3.. Indien gedurende de uitvoering van de werkzaamheden zich de noodzaak voordoet om van het restauratieplan af te wijken, behoeft die afwijking de voorafgaande schriftelijke toestemming van het college. 4.. Toestemming als bedoeld in het derde lid wordt slechts verleend indien: genoegzaam is aangegeven waarom de afwijking noodzakelijk is; genoegzaam is aangegeven wat de gevolgen in kosten van de afwijking zijn. 5.. Meerkosten als gevolg van een afwijking als bedoeld in het derde lid vallen niet onder de kosten van de voorzieningen en zijn niet verrekenbaar met kostenbesparingen als gevolg van minderwerk. 6.. Het gestelde in het vijfde lid geldt niet voor meerkosten die vooraf door het college als onvoorzien zijn gekenmerkt en dientengevolge ten laste van de in artikel 1, onder d, genoemde subsidiabele kosten gebracht kunnen worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel