Voorts kan het treffen van voorzieningen subsidiabel worden gesteld, als dit verband houdt met de architectuurhistorische, archeologische, cultuurhistorische, landschappelijke of andere bijzondere waarden van het gemeentelijk monument en deze door het college noodzakelijk worden geacht. Deze voorzieningen dienen gelijktijdig met de onder artikel 1 sub r bedoelde werkzaamheden te worden uitgevoerd.