**1..** Aanvragen om subsidie worden in volgorde van binnenkomst behandeld met inachtneming van artikelen 21 en 22 van deze verordening
**2..** Bij de beslissing op aanvragen om subsidie houdt het college in elk geval rekening met:
de prioriteiten, die in het kader van het gemeentelijk erfgoedbeleid worden gesteld;
de monumentale waarde van het object, de zaak of het terrein;
de bouwtechnische- en uiterlijke staat- van het monument alsmede het gebruik daarvan, mede in relatie tot zijn omgeving.
**3..** De subsidie kan worden vastgesteld nadat de werkzaamheden conform de verlening van subsidie zijn uitgevoerd, gereed gemeld en akkoord bevonden.
**4..** Indien de voortgang van de werkzaamheden dat rechtvaardigt kan een voorschot op de verlening van subsidie worden uitbetaald. Het voorschot kan ten hoogste 60% van de verlening van subsidie bedragen.
**5..** Aanvragen om subsidie, waarover in verband met het bepaalde in het eerste lid niet positief kan worden beschikt, worden door het college afgewezen.
**6..** In geval van een calamiteit, waarbij de monumentale waarde van een monument in het geding is kan het college met in achtneming van artikel 23 lid 1 van deze verordening, afwijken.
**7..** Met de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden aan een gemeentelijk monument mag niet worden begonnen voordat op de aanvraag om subsidie door het college is beslist. Op verzoek van de eigenaar kan desgewenst vooruit lopend op de te nemen beslissing omtrent de subsidieverlening door het college met de werkzaamheden worden gestart nadat de subsidiabele kosten zijn vastgesteld.
HOOFDSTUK 7.
Artikel 23.
Aanvragen
Onderdeel van Erfgoedverordening 2012 gemeente Bodegraven-Reeuwijk