In de verordening is geregeld in welke gevallen er een bestuurlijke boete wordt opgelegd bij niet nakoming van de verplichtingen uit de beschikking of de vaststelling van de inburgeringsplicht. Bij het opleggen van een dergelijke boete worden de regels die in de artikelen 5:40 tot en met 5:54 van de Algemene wet bestuursrecht zijn opgenomen over de bestuurlijke boete in acht genomen.
Bij het opleggen van een boete dient terughoudendheid te worden betracht. In de eerste plaats omdat het opleggen van een boete in verband met de vereiste zorgvuldigheid veel werk voor de uitvoering met zich meebrengt. Bovendien moet worden voorkomen dat de inburgeraar in een moeilijke financiële positie wordt gebracht. In de verordening is in artikel 10 en artikel 11 geregeld wat de hoogte is van de maximale boete bij een bepaalde overtreding. Het college hanteert deze maximumbedragen bij het opleggen van een boete.
Er zijn 3 mogelijke overtredingen:
het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek voor het vaststellen van de inburgeringsplicht;
het niet of onvoldoende meewerken aan de uitvoering van de vastgestelde inburgeringsvoorziening;
of het niet tijdig binnen de wettelijke of verlengde termijn behalen van het inburgeringsexamen.
1. Niet of onvoldoende meewerken aan het onderzoek
In het eerste geval kan het voorkomen dat iemand zonder afmelding niet op de afspraak verschijnt, c.q. geen gehoor geeft aan de oproep van de gemeente of niet direct alle papieren bij zich heeft.
De bedoeling hierbij is dat men een tweede gelegenheid geboden krijgt om alsnog voldoende mee te werken aan het onderzoek of de ontbrekende stukken in te leveren. Gemakshalve wordt hiervoor de term herstel-termijn gehanteerd. Een schriftelijke waarschuwing kan hierbij ook in overweging worden genomen.
2. Niet meewerken aan de uitvoering van de vastgestelde voorziening
Het is heel goed mogelijk dat er bepaalde “begrijpelijke” redenen zijn aan te wijzen waarom iemand bijvoorbeeld één of twee keer niet op school is verschenen zonder zich af te melden. Het gaat ver om te veronderstellen dat iedere inburgeraar volledig begrijpt wat er van hem wordt verwacht. Soms spelen culturele of zeer persoonlijke zaken een rol. Het direct opstarten van een boeteonderzoek heeft dan weinig zin. Beter is het om eerst met de inburgeraar in gesprek te treden en te bekijken wat er aan de hand is, zodat zijn gedrag gecorrigeerd kan worden.
3. Niet tijdig doen of behalen van het examen
Het niet tijdig afleggen of niet behalen van het examen is tijdgebonden. Hierbij is dus geen hersteltermijn of waarschuwing meer aan de orde en dient direct een boete- of maatregelonderzoek te worden gestart.