De inburgeringsplichtige kan 6 maanden voor het verstrijken van de inburgeringstermijn een verzoek indienen om verlenging van de termijn. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de inburgeringsplichtige in de laatste 12 maanden een tijd lang ziek is geweest en daardoor vertraging heeft opgelopen.
Een eerdere aanvraag tot verlenging (meer dan 6 maanden voor einde termijn) kan niet worden gedaan, omdat de totale inburgeringstermijn als ruim voldoende moet worden beschouwd om de verloren tijd bij ziekte bijvoorbeeld in het eerste jaar alsnog in de daarop volgende jaren in te kunnen halen.
Voor een juiste en adequate beoordeling van het verzoek is het van belang dat het verzoek schriftelijk wordt gedaan en ook een motivering bevat.