De toeslag bedoeld in artikel 25 van de wet wordt voor een periode van maximaal 6 maanden na het beëindigen van het onderwijs of een beroepsopleiding, waarvoor aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet Studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de WTOS, als volgt vastgesteld:
1. Voor het echtpaar, waarvan één of beide partners schoolverlater is/zijn, een verlaging van 10% van de gehuwdennorm:
2. Voor de alleenstaande en alleenstaande ouder een verlaging van 20% van de gehuwdennorm:
onderbreking van de periode van 6 maanden, door werkaanvaarding of studie, gevolgd door herhaalde werkloosheid, leidt tot herleving van de vastgestelde verlagingperiode. Indien een opnieuw aangevangen studie of beroepsopleiding op grond waarvan de elanghebbende recht kan doen gelden op studiefinanciering of inderbijslag twee jaar of langer heeft geduurd, vangt een nieuwe verlagingsperiode aan. Voor schoolverlaters is het bepaalde in artikel 4. niet van toepassing.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
Recente beëindiging van onderwijs of beroepsopleiding
Onderdeel van Verordening Toeslagen en Verlagingen Wwb gemeenten Goes en Noord-Beveland