1.. De subsidieverlening kan naast de in de wet genoemde gevallen worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan aan te nemen dat:

  • - de activiteiten van de aanvrager niet binnen de in artikel 2 genoemde toepassing vallen of niet aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente;
  • - de gelden niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;
  • - de gelden niet doelmatig en doeltreffend zullen worden besteed;
  • - de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
  • - de instelling met inbegrip van de subsidie niet voldoende middelen ter beschikking staat om de in het activiteitenplan omschreven activiteiten uit te voeren;
  • - de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet passen in het gemeentelijk beleid.