Lid 1.
Voor een voorziening voor het wonen in een geschikt huis waarvan de kosten minder bedragen dan het in het besluit vastgestelde drempelbedrag wordt geen persoonsgebonden budget, financiële tegemoetkoming verleend dan wel een daarmee vergelijkbare voorziening in natura verstrekt. De aan te schaffen voorziening wordt voor iemand, die geen beroep doet op ondersteuning vanuit de wet, in een financieel vergelijkbare positie, tot het reguliere aanschaffingspatroon gerekend. Deze financiële drempel is van toepassing per kalenderjaar.
Lid 2.
Op het moment dat de kosten voor een voorziening voor het wonen in een geschikt huis het plafondbedrag overschrijden, wordt het verhuisprimaat opgelegd. De hoogte van dit plafondbedrag wordt door het college vastgelegd in het besluit.
Lid 3.
Voor een voorziening voor het wonen in een geschikt huis zal de financiële zelfredzaamheid van de persoon met beperkingen worden aangesproken in de kosten en realisatie van de noodzakelijke voorziening. De wijze waarop deze financiële zelfredzaamheid wordt vastgesteld is door het college vastgelegd in het besluit.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 11.
Financiële drempel bij Wmo-voorzieningen voor het wonen in een geschikt huis
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen 2012