Lid 1.
Bij de beoordeling welke Wmo-voorziening noodzakelijk is, neemt het college het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het college gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de aanvrager. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de noodzaak en mogelijkheid tot leveren van maatwerk ten aanzien van het te bereiken resultaat.
Lid 2.
Bij de vaststelling welke Wmo-voorziening noodzakelijk is, wordt eerst beoordeeld of er algemene, (wettelijke) voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar zijn die tevens financieel haalbaar, bruikbaar en voldoende compenserend zijn.
Lid 3.
Naast de in deze verordening vastgestelde bepalingen, die kunnen leiden tot het niet verlenen van ondersteuning als bedoeld in de wet, zijn er op een aantal resultaatgebieden, zoals bedoeld in hoofdstuk 3 paragraaf 2 van de verordening, aanvullende uitsluiting- of weigeringgronden van toepassing. Hiervoor wordt verwezen naar het besluit.
Lid 4.
Bij het compenseren van beperkingen vanuit de Wmo ligt het primaat van de verstrekking bij een collectieve voorziening.
HOOFDSTUK 3. › Paragraaf 1.
Artikel 12.
Het maken van een afweging
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen 2012