Lid 1.
Het eerste te bereiken resultaat ten aanzien van het voeren van een huishouden bestaat uit het kunnen wonen in een huis dat schoon is. Dit geldt ten aanzien van de woonkamer, slaapvertrek(ken), keuken en sanitaire ruimten.
Lid 2.
Indien de persoon met beperkingen een of meer huisgenoten heeft die in staat zijn werkzaamheden over te nemen, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke zorg beoordeeld.
Lid 3.
Voor zover de in artikel 12 lid 2 van deze verordening en de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar, financieel haalbaar, bruikbaar en voldoende compenserend zijn, wordt ten aanzien van die onderdelen geen Wmo-voorziening verstrekt.
Lid 4.
Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan, indien geen enkele andere oplossing passend blijkt, een Wmo-voorziening getroffen worden in de vorm van hulp bij het huishouden eventueel met ondersteuning bij de organisatie van het huishouden. Het leveren van maatwerk is in deze leidend.
HOOFDSTUK 3. › Paragraaf 2.
Artikel 13.
Wonen in een schoon en leefbaar huis
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Gilze en Rijen 2012